Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan over de gunstige resultaten van de stralenbehandeling bij uteruscarcinoom.

Van 1913 af nam het aantal publicaties snel toe.

In de verschillende groote klinieken werd naar verbetering der techniek gestreefd. De belangrijke punten waren: het filter, de te gebruiken hoeveelheid radium, applicatie tijd en interval, plaats van applicatie en het al of niet van te voren excochleëeren der tumormassa.

Door Keetman en Mayer (43) werd voor verschillende metalen de absorbtie der P en 7 stralen van mesothorium nagegaan. Zij vonden dat alle /3 stralen geabsorbeerd werden door:

3—4 m.m. aluminium. 1—1.5 „ messing. 1 —1.5 „ zilver. 0.8—1 „ lood. 0.6—0.8 „ goud. 0.5—0.6 „ platina.

De absorbtie der 7 stralen bedroeg:

1 m.m. messing 3 % 7 stralen

1 „ zilver 7 % >. »

1 „ goud 14 % „

1 „ platina 17 % „ ,,

1 „ lood 12 % „ „

Deze getallen gelden voor mesothorium en zijn niet geheel op radium over te brengen, omdat de P stralen van het mesothorium minder doordringend zijn. Voor volkomen absorbtie der P stralen van het radium is 3 m.m. lood noodig. Hen bezwaar is, dat dan ook veel 7 stralen geabsorbeerd worden, zoodat het beter is door messing te filtreeren, daar dit het minst de 7 stralen absorbeert. Een ander voordeel van messing is, dat het een element met matig atoomgewicht is en deze bij dezelfde dikte meer P stralen absorbeeren dan de zware metalen, zooals lood, platina en goud.

Sluiten