Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De methode van Kehrer (52), zooals hij deze op het gynaecologen-congres te Berlijn in 1920 beschreven heeft, is een combinatie van beide voorgaande methoden. Hij geeft 50 —100 mgr. radium gedurende 48 uur, na 4—6 dagen wordt ditzelfde herhaald. Soms volgt 4—6 dagen na de 2de nog een 3de zitting.

Door den Amerikaan Schmitz (6r) wordt nog een andere methode aanbevolen. Hij geeft 50 mgr. radium gedurende 10 uur, na 12—14 uur weer dezelfde applicatie, dit wordt 7 maal achtereen herhaald, dus totaal 3500 mgr. uur.

Futh en Ebeler (62) gaven radium in stijgende dosis. Ze begonnen met 27 mgr. radium gedurende 2—5 uur te appliceeren en klommen dan op tot 10 a 12 uur. Totaal gaven ze 4000—12000 mgr. uur radium.

De eerste, die in Nederland radium bij uteruscarcinoom toepaste was van de Velde (63) in de vrouwenkliniek te Haarlem. Hij appliceerde 50—100 mgr. radium gedurende 12 — 24 uur. Dit werd eenige malen kort na elkaar herhaald, daarna werd 4—16 weken pauze gehouden, waarna een 2de serie volgde.

Aanvankelijk werd het radium uitsluitend vaginaal geappliceerd, hetzij tegen de portio aan, hetzij in het cervicaalkanaal en bij corpuscarcinomen in het corpus uteri. Om grootere dosis in de diepte te verkrijgen appliceerde men bij collumcarcinomen het radium gelijktijdig in de vagina, in cervix en soms ook in het corpus uteri; dit laatste werd o. a. gedaan door Menge (64), Heyman (51), Kehrer (52).

Heyman appliceert bij collumcarcinomen radium in het corpus uteri, omdat hij meent dat deze zich dikwijls in het corpus uteri voortzetten. Kehrer doet het, om meer homogene bestraling in de diepte te verkrijgen. Een nadeel der intra-uterine applicatie is de grootere kans op infectie en peritonitis. Nogier (65) appliceert radium in cervix en corpus, omdat zoo de totale straling van het radium wordt gebruikt, wat bij applicatie in de vagina niet het geval is.

Het gelijktijdig appliceeren van radium tegen de portio en in

Sluiten