Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het grootste aantal van onze gevallen kwam dus tus'schen 50 en 60 jaar voor. Dit komt niet overeen met wat in het algemeen in de literatuur vermeld wordt, n.1. dat het grootste aantal portiocarcinomen tusschen 40 en 50 jaar voorkomt. Dit zal echter wel aan toevallige omstandigheden zijn toe te schrijven en misschien aan het feit, dat onze patienten meerendeels in inoperabelen toestand onder behandeling kwamen en dus reeds geruimen tijd aan kanker lijdende waren.

Van al onze patienten was slechts één ongehuwd. Verreweg de meerderheid had meerdere malen gebaard. Wat betreft het aantal kinderen, was de volgende indeeling te maken:

Aantal kinderen. Portio- en cervixcarc. Corpuscarc.

Geen 8 1

1 kind : 10 —

2—5 56 3

5—10 53 —

meer dan 10 • 11 —

Onbekend 14 2

152 6

Wij zullen nu eerst de 152 gevallen van portio- en cervixcarcinoom nader beschouwen. Wij onderscheiden hierbij 4 groepen.

I. Inoperabele gevallen. Deze groep telt 106 gevallen. Al deze patienten waren reeds in een te ver gevorderd stadium om radicaal geopereerd te worden.

II. Operabele gevallen, waar geen totaalexstirpatie verricht werd. Hiertoe behooren 3 patienten, welke alle drie operatie weigerden.

III. Recidieven na totaalexstirpatie. Deze groep bevat 29 patienten. In deze gevallen was in korteren of langeren tijd na de totaalexstirpatie een recidief ontstaan, hetzij in de vagina of parametria, hetzij in beiden.

Sluiten