Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17- 5 %• 2 Jaar later vond ScHaFER van ditzelfde materiaal 7 0/0 en 6.7 % in leven.

Warnekros (103) vond na 4—8 jaar waarneming van 77 inoperabele gevallen 9 % in leven.

Klein (100) vond na 2—2^/3 jaar, van 59 inoperabele gevallen 18.7 % in leven.

Baisch (56) vond na 1—2 jaar van 23 inoperabele gevallen 16% in leven, na 3 jaar echter geen enkele meer.

Döderlein (69) die alleen met radium bestraalde, vond na

3 jaar van 63 inoperabele gevallen 12.5 o/0 in leven. Hierbij waren echter niet de 40 zware inoperabele gevallen gerekend, waarvan geen enkele in leven was.

De Amerikaan Schmitz (86) vond met uitsluitend radiumbestraling van 82 inoperabele gevallen 26 o/0 in leven, de hopelooze gevallen waren hier echter niet bijgerekend. Van 50 recidieven waren 18% in leven. Van de 82 inoperabele gevallen werd in 16 gevallen met radium bestraald en daarna de totaalexstirpatie verricht, hiervan waren er 2 in leven. In 25 gevallen werd eerst geëxcochleëerd en daarna radium geappliceerd, hiervan waren er

4 in leven. De overige 41 werden uitsluitend met radium behandeld; hiervan 18 in leven. Deze patienten kwamen van April 1914— April 1920 in behandeling. Daar deze publicatie reeds in Augustus 1920 verscheen, is het begrijpelijk, dat hij een grooter percentage in leven heeft, dan in de meeste andere statistieken wordt gevonden.

In tabel uitgedrukt wordt dit bovenstaande wat betreft de inoperabele gevallen:

Aantal. | Tijd. v. waarn. In leven.

Bumm u. ScHaFER 127 1 1—3 j. 19%

Warnekros 77 4—8 ). 9 o/0

Klein 59 2—2Vs j- 18.7 o/0

Baisch 23 1—2 j. 16 0/0

Döderlein 63 3 j. " 12.5%

Schmitz 82 lU~61U j. 26 o/0

Ant.v. Leeuwenhoek-huis .... 106 ii/g_6i/g j. 14 »/0 (goed 12 o/0)

Sluiten