Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand te doen blijven. Wat echter betreft het reageeren van den tumor zelf op de bestraling, kregen wij niet den indruk dat bij sterkere mate van cachexie de tumor ook minder goed reageerde. Wij kunnen hier b v. wijzen op Z. G. 899, een van de genezen inoperabele gevallen, dat in een slechten algemeenen toestand in behandeling kwam.

In de literatuur loopen de meeningen hierover nogal uiteen. Heyman (51) en Bumm kunnen geen gevolgtrekking hieromtrent maken. Gausz (53) daarentegen meent dat bij een sterkere cachexie der patiënt, de tumor ook slechter reageert. Ook Opitz (ioi) is deze meening toegedaan.

3. Wijze van ziitgroei. De exophytisch groeiende tumoren reageeren over het algemeen veel beter dan de infiltratief groeiende. In de literatuur wordt ook door verschillende schrijvers o. a. door Heyman (51) hierop gewezen.

4. Microscopische bouw van den tumor. Wij hebben voor zoover wij over de microscopische diagnosen beschikten nagegaan of er ook eenige gevolgtrekking te maken viel, wat betreft het reageeren op stralenbehandeling en den microscopischen bouw van den tumor. Hiervoor konden wij alleen de groep der inoperabele gevallen gebruiken, daar de andere groepen te weinig gevallen telden en wij bovendien in iedere groep van een aantal gevallen geen microscopische diagnose hadden.

Voor de groep der inoperabele portiocarcinomen vonden wij het volgende:

Microsc. diagnose. Totaal. Dood. In leven.

Plaatcel cc 31 29 2

cc. solidum 34 26 8

basaalcel cc 1 1 —

adeno cc 4 3 1

onbekend 36 32 4

106 91 15

') Wij verstaan onder cc. solidum een solide gebouwd carcinoom, zonder parels, zonder verhoorning en zonder klierbuizen.

Sluiten