Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekerheid uit te maken, of de fistel door het radium, dan wel door de uitbreiding- van het proces ontstaan was.

Op ons materiaal kwam in 6 gevallen een vesicovaginale fistel en in 7 gevallen een rectovaginale fistel voor. Van de 6 vesicovaginale fistels bestond er reeds één (Z. G. 528) voor het begin onzer behandeling, één (Z. G. 1605) ontstond na excochleatie en chloorzinkapplicatie, 3 (Z. G. 728, 734 en 1601) ontstonden er door uitbreiding van het proces en slechts in één geval (Z. G. 907) was misschien het radium de oorzaak der fistel. In dit geval was 100 mgr. radium gedurende 2 X uur geappliceerd.

Van de 7 rectovaginale fistels bestond er ook reeds één (Z. G. 1604) vóór het begin onzer behandeling, 2 (Z. G. 884, 989) waren toe te schrijven aan de uitbreiding van het proces, één (Z. G. 1563) ontstond er na excochleatie en chloorzinkapplicatie. In de 3 overige gevallen (Z. G. 8oi, 974 en 976) was de oorzaak der fistel waarschijnlijk de radiumapplicatie. Hier werd in één geval 100 mgr. radium 2 X nur, in de 2 andere gevallen 100 mgr. radium 2 X 24 uur geappliceerd. Deze dosis werd echter bij vele patienten gegeven, zonder dat ze er eenig nadeel van ondervonden. Wij kunnen deze fistels dus niet aan te hooge doseering toeschrijven.

De gevallen uit de literatuur, waarbij zware darmverschijnselen met fistels en stricturen beschreven worden, zijn meestal door een veel te hooge radiumdosis ontstaan. Bumm en schafer (50) gingen aan hun materiaal bij verschillende doseering de gevolgen na. Zij vonden bij filtratie door 0.1 m.m. platina -f- 0.2 m.m. goud bij:

1500-2000 mgr. uur een fibrineus beslag.

Wanneer dus een matige radiumdosis gegeven wordt, zijn de gevaren, wat betreft fistelvorming, niet zoo heel groot.

Door Röntgenbestraling alleen zagen wij nooit fistels ontstaan.

5400 „ „ infiltratie.

10000 „ „ necrose en stricturen.

15000 „ „ fistels.

15000

Sluiten