Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de klier volkomen verwijderd, verdedigde zich Minkowski. Trouwens, de uitkomsten bij verschillende diersoorten verkregen, liepen bij de experimentatoren nog al uiteen; de geheele kwestie is dan ook nog niet zoo eenvoudig. Waarom bijv. kreeg Minkowski bij kikvorsclien nooit glucosurie, Makcuse 41) daarentegen steeds wel? Men kan de eerste toch bezwaarlijk technische bekwaamheid ontzeggen. De inwendige secretie begon thans opnieuw de aandacht te trekken; van alle kanten werden hypothesen geboren, sommige spatten direct uiteen, andere bleven zich een tijdlang handhaven, maar geen enkele bleek tenslotte voldoende gefundamenteerd. Hoe werkt eigenlijk die inwendige secretie, vroeg men zich af, wat is de natuur er van, welken weg slaan de pancreashormonen in. Van bijzondere waarde zijn wat dit laatste betreft, de in 1898 meegedeelde proeven van Biedl. 42) Hij kon toen reeds vaststellen, dat de onderbinding van den ductus thoracicus aan den hals of ook de afleiding der lymphe naar buiten in 66—86 % der gevallen gevolgd werd door een blijvende glucosurie; de negatieve gevallen verklaart hij dan door de opmerking, dat de ductus thoracicus niet de eenige afvoerweg der lymphe is; deze lymphe bevatte dus een stof welke invloed heeft op het suikergebruik in het organisme. Door verdere onderzoekingen in de latere jaren komt hij tot het besluit „die in der Lymphe enthaltene, den Kohlehydralstoffwechsel beeinflussende Substanz scheint mit dem Pankreashormon identisch su sein, das demnach mit dem Lymphstrome in die Blutbahn gelangt."

In 1909 en een viertal jaren later in een deuxième Mémoire verschenen de mededeelingen van Hédon 43) over proeven, welke als uitgang hadden de veronderstelling, dat de hormonen van het pancreas niet via den lympheweg maar direct in het bloed overgingen en wel in het veneuse poortaderbloed. De glucosurie van een pancreaslooze hond verdween inderdaad, toen dergelijk bloed in een der vaten van het poortadersysteem werd ingespoten — blijkens de proeven geschiedt de werking alleen met medehulp van de lever — echter, en dit is voor Hédon's opvatting wel zeer bezwarend, de hyperglycaemie verminderde

Sluiten