Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de talrijke kleinere bijdragen, de laatste twee decennia verschenen over het pancreas, stip ik alleen nog aan een verhandeling vooral met het oog op pancreascysten en steenvorming, van Paul Lazarus (1904). Ook onze landgenooten lieten zich niet geheel en al onbetuigd; herinnerd mag worden onder veel meer aan het proefschrift van Indemans over Pancreas-cysten (1897), aan de bijdragen van Wijnhausen uit de kliniek van Pel, grootendeels betrekking hebbende op de functioneele diagnostiek, aan van Herwerden's meerdere geschriften, aan de congres-redevoeringen (1914) van Pel en Koch. Van de grootere werken over het pancreas, de laatste twintig jaren verschenen en voor den internen klinicus van gewicht, dienen nog te worden genoemd het in 1899 uitgekomen werk van Oser, „Die Erkrankungen des Pancreas wel het mooiste werk dat tot dusverre is verschenen en van een buitengewone eerlijkheid ten opzichte van onze nog zoo groote onkunde. Dan het boek van E. L. Opie : Disease of the Pancreas; lts Gause and Nature (1903—1910); belangrijk vooral om zijn zienswijzen, deels door proeven gesteund, over pancreas en diabetes, over vetweefsel-necrose en over haemorrhagische en interstitieele pancreatitis. In het handboek van Brouardel en Gilbert neemt Carnot (1908) de „Maladies du Pancreas" voor zijn rekening; hetzelfde onderwerp wordt op uitvoerige wijze, daarbij ietwat kritischer als bij Carnot, door F. Rathery behandeld in de Marwei des Maladies du Tube Digestif van Debove, Achard en Costaigne (1908). Een soort klein handboek gaf in 1914 K. A. Heiberg uit, vooral bekend geworden door zijn vele studiën over de LANGERHANs'sche eilandjes; feiten welke zijn theorieën ietwat in den weg staan worden af en toe, niet altijd, wel een beetje erg kort en onvolledig vermeld ; overigens is het, ook al door zijn rijke literatuur — de franschen onthouden zich hiervan hardnekkig --een werk om eens in na te slaan. Van meer zuiver internistisch standpunt is Adolf Schmidt's bijdrage „Erkrankungen des Pankreas'. in het handboek „Spezielle Pathologie und Therapie innerer Krankheiten'' van Kraus en Brugsch (1916). Van belang is voor de diagnostiek zijn bekende meening, dat het pancreas buiten de andere gewichtige fermenten nog heeft een „Substanz, welche die Gewebskerne löst; eine Substanz die nur im Bauchspeichel, nicht im Magensaft oder Darmsaft vorhanden ist und nicht identisch ist mit der Nuclease.'' Korter zijn de „Erkrankungen des Pankreas", door F. Umber behandeld in Mohr en Staehelin's „Handbuch der inneren Medizin (1918). Over de diagnostiek van pancreastumoren leverde Pagenstecher in „Die klinische Diagnose der Bauchgeschwülste'' (1911) een goed hoofdstuk. De difierentiaaldiagnose der pancreasziekten van Matthes — Differentialdiagnose innerer Krankheiten, (1919) — is van weinig beteekenis;

Sluiten