Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is specifiek en zelfs te samengenomen geven zij nog immer voor den kritischen waarnemer groote aarzelingen voor de beslissende diagnosestelling. Van al de methoden zijn wel de minst slechte, naast het algemeen physisch onderzoek en het bij sommige gevallen opvallende van de volumineusheid en de gisting der faeces, de nauwkeurige en bij denzelfden persoon herhaaldelijk uitgevoerde microscopie van de faeces en de diastasebepaling in het faecesextract, welke gelijktijdig gepaard kan gaan met de boven beschreven trypsine bepalingen.

Mackenzie Wallis, wiens artikel ik te laat kreeg om het nog geheel te kunnen gebruiken, komt tot andere conclusies wat de waardeering der verschillende methoden aangaat. Hij hecht aan de combinatie: diastasevermeerdering in de urine, de reactie van Loewi en glucosurie. Het faecesonderzoek op diastase en trypsine verwerpt hij. (The Quaterly Journal of Medicine, October 1920). Ik kan het hierin echter in geen enkel opzicht met hem eens zijn.

Dat de diagnostiek echter tenslotte niet geheel en al machteloos is, blijkt uit de in het volgende hoofdstuk kort te beschrijven ziektegevallen, bij welke de pancreasdiagnose „als hoogst waarschijnlijk" werd gesteld en als juist werd bevonden voor zoover deze te controleeren waren.

Sluiten