Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nimier daalt nog meer af in klinische finesses en Lancereaux wil nog weer onderscheiden de ontsteking van de klier substantie en die der klierbuizen, zoodat hij zelfs een afzonderlijke beschrijving wijdt aan deze laatste: solénites supperatives en solênites prolifératives. In dien zin classificeert ook Mayo-Robson, al geeft liij toe, dat deze ziekten van de pancreasgangen nog niet scherp van die der kliersubstantie zijn te onderscheiden; wel meent hij aan die gang-ontstekingen te mogen toeschrijven het gevoel van malaise, dyspepsie, een lichte opgezetheid veelal van de bovenbuik en de aanvallen van pseudo-moeraskoortsen. „Pancreatic inflammations may be cattarrhal, in which the inflammatory trouble is in the ducts, or parenchymatous, in which the substance of the pancreas is involved. The former resemble the different forms of cholangitis with which indeed, they are frequently associated, the latlier bear more resemblance to inflammatory affections of the appendix, „suppurative and gangraenous appendicitis''. Zijn indeeling luidt dan ook:

A. Catarrhal inflammations

f simple catarrh, acute and chronic

suppurative catarrh.

B. Parenchymatous

acute haemorrhagiq pancreatitis acute gangrsenous

pancreatitis acute suppurative

pancreatitis (diffuse suppurat.) subacute supp. p. (abscess.)

ultra-acute; the haem orrhage precedes the inflammation acute; the inflammation precedes the haemorrhage.

Opie is veel meer eenvoudig. In hoofdzaak is de acute pancreatitis voor hem of haemorrhagisch, of ettering of gangraenous. Zijn verdere detailleering berust uitsluitend op de patholooganatomische — dus niet klinische — diagnose.

Een verwarrende naam in de classificatie der acute pancreas-

Sluiten