Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maanden later — de urine bleef al dien tijd voortdurend suikervrij — kon hij constateeren hoe het pancreas bijna geheel en al verwoest was. Met min of meer groote tusschenpoozen nam hij nu geregeld stukken weg van de sclerotisch geworden klier. Na wegname van het laatste stukje kwam het dier te sterven. Bij microscopisch onderzoek bleek dit stukje veranderd in een sclerotische streng waarin hier en daar kleine onregelmatige epitheelophoopingen lagen. Deze cellen waren klein, ineengedrongen of ietwat meer volumineus met een korrelig protoplasma dat door osmiumzuur zwart werd gekleurd. Geen enkele der cellen bezat de structuur van een normale pancreascel. Het eenige wat bij het dier optrad was, in de eerste maanden, een lichte alimentaire glucosurie, welke later geheel en al ophield. Pas na wegname van het laatste geheel atrophische stukje trad nu een spontane maar toch zeer lichte glucosurie te voorschijn zonder eenige vermagering of andere voedingsstoornis. Die epitheelophoopingen welke nog teruggevonden werden zouden volgens Rathéry, die eveneens het geval van Hédon bespreekt, kunnen worden opgevat als uitingen eener regeneratie welke tevens nog een zekeren invloed op de koolhydraatstofwisseling bezat, en hij verwijst hiervoor naar de werken van Martinotti, Carnot, Ceccherelli, Ferrari en Villar die na iedere incisie in het pancreas of na gedeeltelijke extirpatie of een andere beschadiging regeneratieverschijnselen meenen te hebben opgemerkt. Hun beschrijving komt echter mijns inziens niet overeen met die van Hedon. Evenwel is het experiment nog anderszins merkwaardig om de verklaring. Zoowel Hédon als ook Rathéry nemen hier als mogelijkheid, dat bij zeer langzame destructie van het pancreas — zooals in het geval van Hédon — een of meerdere andere organen vicarieerend dezelfde functies als van de alvleeschklier kunnen gaan ontwikkelen. Dat de resteerende en zwaar veranderde cellen anderzijds voldoende zouden zijn om belemmerend te werken op de suikerafscheiding langs de urinewegen, ligt van den anderen kant weer geheel in de lijn van onderzoekers als Hansemann. Immers volgens dezen zouden ook zelfs carcinomateus gewoekerde cellen nog

Sluiten