Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

normale ligging achter de maag, is in de breedte en dikte ietwat versmald. Het oppervlak ziet vuil grauwgroen van kleur, welke ook ofschoon in mindere mate zich vertoont op de sneevlakken. Alleen de kopsubstantie vertoont nog de gewone hel-grauw-bleeke kleur. De sectie vond plaats zes en dertig uren na den dood (door Rubinstein). Het microscopisch onderzoek leerde: Het pancreas heeft zijn normale structuur bijna geheel en al verloren. De klierkwabjes zijn microscopisch bijna niet te herkennen. Ook zijn de epitheliale elementen der acini niet meer van normaal uiterlijk; de cellen zijn deels uiteengevallen, de celkernen zijn niet meer te onderscheiden, kleuren zich nagenoeg niet, zeer vele cellen zijn klein. Het lumen der acini is nergens te constateeren. De bindweefselwoekering is zeer sterk en is ook zeer duidelijk in de omgeving der venae wier wanden sterk verdikt zijn. In de pancreasvenae is echter ook de intima opvallend verdikt, het lumen dier venae is op vele plaatsen aanzienlijk vernauwd. Er bestaat hier een typische endophlebitis fibrosa; in vele venae vindt men thrombi.

De urine bevatte de eerste acht dagen der ziekte galkleurstoffen, heeft echter in al die twee maanden geen eiwit of suiker vertoond, de reactie was zwak zuur, het S. G. schommelde tusschen 1010 en 1018. Het indikangehalte was nimmer vermeerderd.

XXII. Heiberg. Haematoma cysticum capitis pancreatis. Sclerosis pancreatis. Duur der observatie anderhalf jaar. Geen suiker in de urine, ook niet na gebruik op de nuchtere maag van honderd gram glucose. Onmiddellijk achter de maag voelt men een mansvuist-groote tumor — „dem Caput pancreatis entsprechend". Dit blijkt te zijn een met wit-achtige fibreuse wanden omgeven cystische holte die opgevuld is met coagula. „In dem den übrigev Teil des Pankreas entsprechenden Gewebe findet sich nur eine auszerst geringe Menge mnkroskopisch nachweisbares Pankreasgewebe; der gröszte Teil ist in weiszes fibröses Gewebe verwandelt, recht reichlich Fettgewebe enthaltend.'" Het mcroscopisch onderzoek van dit overige gedeelte gaf sterk vermeerderd interlobulair en ook intralobulair bindweefsel te zien. Er zijn verstrooid liggende rondcelleninfiltraties, de lobuli zijn klein en geschrompeld, de uitvoergangen gedilateerd en met secreet en gedesquameerd. De eilandjes daarentegen zijn buitengewoon goed behouden en van vorm hypertrophisch en ook in groot aantal voorhanden,

Sluiten