Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, welke hij noteerde bij het in de verschillende uren na een en hetzelfde voedingsmiddel gesecerneerde sap.

Ik wil hier thans laten volgen mijn eigen waarnemingen bij een mijner proefdieren, bij welke de uitmonding van den ductus Wirsungianus door resectie van het bijbehoorende stukje van het duodenum naar buiten was gebracht — en bij een mijner patienten, (III, no. 23), die tengevolge van een carcinoom-operatie een letstel aan het pancreas had verkregen en dientengevolge geruimen tijd een pancreasfistel behield. In verband met deze waarnemingen zal vervolgens eenige aandacht worden geschonken aan de opgedane ervaringen met het dieet, de organotherapeutische en medicamenteuse behandeling bij al mijne andere patienten verkregen, ook in vergelijking met wat anderen meenen te hebben opgemerkt in dergelijke gevallen.

Allereerst dan de resultaten, bij mijn dierproef verkregen.

De proeven werden niet eerder aangevangen voor dat het proefdier in alle opzichten wederom gezond mocht heeten en de buikwond volkomen gesloten was. Ook de eerste proefdagen heb ik tenslotte buiten beschouwing gelaten, wijl opviel, dat de hoeveelheid van het afdruppelende pancreasvocht aanzienlijk grooter was dan in de latere dagen. Dit verschijnsel was waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit, dat het dier in die dagen zeer veel aan zijn fistel likte — het vocht werd nl. aanvankelijk slechts gedurende zeer korten tijd opgevangen zoodat het verder vrij de buikhuid kon prikkelen en daardoor het heftige, sterke likken opwekte. Dit likken werd wellicht de mechanische prikkeling welke weer meer vochtafscheiding tengevolge had. Toen dan ook door geruimen tijd achtereen het vocht op te vangen het dier rustig werd, bleek inderdaad de vochtafscheiding meer geregeld te worden, meer stabiel en dus beter voor de proeven geschikt.

Met een zwachtelverband werd een wijdmondsch fleschje over het uitpuilende zeer kleine duodenumstukje in welks midden de ductusopening lag, geschoven en over den rug bevestigd. Het dier werd zoodanig vastgebonden, dat het met zijn kop gemakkelijk kon gaan rusten; ook kon het staan of gaan zitten, echter gaan liggen of ook schuren aan het fleschje werd hem

Sluiten