Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meening is echter wel, dat, hoewel het aantal leucocyten op de normale hoogte blijft, er een verschuiving plaats vindt ten voordeele van de polynucleaire leucocyten. Billigheimer !) evenwel vond eene verschuiving ten gunste der lymphocyten.

Het S. G. van het bloed en van het serum wordt als hooger dan normaal opgegeven; het eiwit-gehalte van het serum evenwel op de gewone hoogte (refractometer).

Voegt men hier nu nog aan toe, dat Quinqaud (1883)2) het ureum-gehalte van het bloed op hoogen leeftijd tweemaal zoo hoog vond als normaal — iets wat niet onverklaarbaar zou zijn, daar er wel weinig grijsaards gevonden zullen worden, die geen sclerotische veranderingen in de nieren hebben — dan is daarmede in het kort alles gezegd, wat ik over de morphologie en de chemie van het bloed bij oude menschen gevonden heb.

Wij wezen hierboven er reeds op, dat de opvatting van Chauffard, als zou het voorkomen van galsteenen (wanneer wij in dit proefschrift van galsteenen spreken, worden daarmede de cholesterine-steenen bedoeld) gepaard gaan met en afhahkelijk zijn van een vermeerdering van het chol.-gehalte van het bloed, niet algemeen gedeeld werd. Reeds vóór hem hadden Naunyn en zijne medewerkers de galsteenziekte als een plaatselijk lijden van de galwegen opgevat en het ontstaan der steenen toegeschreven aan veranderingen, die in de gal en de galwegen plaats grepen (Steinbildender Katarrh). Onder normale omstandigheden blijft de cholesterine van de gal in oplossing, doch reeds

]) Billighhimer, Berl. klin. W. 1920, 9.

2) Quinqaud, gecit. naar Schlesinger, 1. c.

Sluiten