Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het chol.-gehalte weinig, bij een zware infectie sterk verlaagd. Na het acute stadium stijgt het cholesterine-gehalte weer — indien ten minste de infectie niet zeer heftig geweest is —, om dikwijls zelfs tot hyperchol. aemie te stijgen en dan weder tot het normale te dalen. Zulk een kromme vindt men o.a. bij febris typhoidea. Bij langdurende subacute infecties blijft het chol.-gehalte blijvend onder de norm, niet in staat om de infectie te overwinnen (septische endocarditis)J). Deze secundaire hyperchol.aemie verschijnt in vele gevallen tegelijk met de defervescentie in den tijd, waarop het lichaam zich immuniseert. Niet in alle gevallen evenwel loopen de koorts en de chol.-kromme parallel met elkander. De uitspraak van Henes 2), dat de hoeveelheid chol. in het bloed eene functie van de temperatuur zou zijn, zoodat, naarmate de koorts hooger werd het chol.-gehalte van het bloed zou dalen en omgekeerd, komt echter lang niet altijd uit. Zoo bleek uit de onderzoekingen van Stern 3), die den chol.-spiegel bij roodvonk-patiënten naging, dat bij roodvonk in het begin een hypochol. aemie optreedt, die langzamerhand tot aan de onderste grens van de normale waarde stijgt, om op deze lage grens gedurende het geheele zesweeksche observatie-tijdperk te blijven staan. Met de opvatting van Henes stemt dit daarom niet overeen, omdat men dan in de gevallen van Stern, die in de kliniek nagenoeg koortsvrij verliepen en ook vóór de opneming geen noemenswaardige temperatuursverhooging hadden vertoond, een geheel normale of een ietwat verhoogde hoeveelheid chol. zou moeten gevonden hebben.

3) D. Arch. f. klin. Med. Bd. 111.

2) Semaine médicale 1911. Chauffard, Grigaut, Laroche.

3) Z.schr. f. Kinderheilkunde 1920.

D- 3

Sluiten