Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar integendeel een verval-product van de epitheelcellen, eene opvatting, die men terugvindt in zijne reeds hierboven besproken theorie omtrent het ontstaan der galsteenen.

Dorée, Ellis, Fraser en Gardner '), die jaren lang het vraagstuk van het metabolisme van het chol. bestudeerden, stelden de volgende hypothese op: cholesterine is voortdurend in elke cel aanwezig; gaan de cellen te gronde, dan dient het vrij komende chol. weer voor nieuwe celvorming. Het zou nu een functie van de lever zijn om doode cellen af te breken en haar chol. met de gal in den darm uit te storten; het vrije chol. wordt aldaar weer in de lymphbaan, misschien in den vorm van esters opgenomen en komt zoo, door middel van den bloedstroom, weer in de verschillende weefsels voor de vorming van nieuwe cellen. Of deze hypothese, die zij uit dierproeven afleidden, ook voor de menschen opgaat, is niet te zeggen en zoolang er geen nauwkeurige quantitatieve bepalingen bij den mensch zijn verricht omtrent opneming, aanwezigheid in het bloed en afgave in het darmkanaal, zal het onmogelijk zijn zich met zekerheid voor de een of andere theorie uit te spreken.

Toch kunnen wij hier de argumenten, die CHAUFFARDen Aschoff voor hun beider verschillende meeningen bijbrachten, in het kort de revue laten passeeren.

Chauffard dan wees er op, dat menschen of dieren, die uitsluitend gevoed werden met plantaardige sterinen, toch altijd het animale chol. in het bloed vertoonden. Nooit werd daarin phytosterine aangetroffen. Fraser en Gardner vonden, dat als men konijnen met uitgetrokken zemelen, waaraan phytosterine is toegevoegd, voedt, hun bloedserum een verhoogd anti-haemolytisch vermogen kreeg en wel in

!) Proc. Royal Soc. London Series D. 1908—1913.

Sluiten