Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na of onder physiologische of pathologische omstandigheden de vermeerdering van het chol. in het bloed samengaat met een vermeerderde uitscheiding door de gal, of dat in het lichaam retentie van het chol. plaats heeft. Zij kwamen, in tegenstelling met de leer der Franschen (Chauffard en de zijnen), tot de opvatting, dat de hyperchol.aemie gedurende de graviditeit als een retentie-proces moet worden opgevat, waarbij chol. dus in verschillende depots van het lichaam zou worden opgehoopt. Dit geldt echter niet voor elke hyperchol.aemie. Deze proeven werden bij honden gedaan en zijn reeds daarom niet direct voor de menschelijke pathologie bruikbaar. Het is toch wel gebleken, dat er verschillen tusschen beider stofwisseling bestaan: immers de hond scheidt voornamelijk chol.-esters in de gal uit, de mensch bijna uitsluitend vrij cholesterine. Verder zijn de proeven niet zeer bewijzend, omdat Bacmeister, volgens zijn eigen verklaring, met een incomplete galfistel werkt, om den hond onder zooveel mogelijk physiologische voorwaarden te houden. Maar dan komt men toch niets zekers te weten omtrent de werkelijke chol.-uitscheiding door de gal. De uitscheiding in procenten, die zij aangeven, is toch alleen dan van waarde, wanneer ook de totale hoeveelheid gal bekend is. Cijfers worden hierbij door B. en H. niet gegeven. Zij bepaalden in dit onderzoek den invloed, dien eiwit-rijke voeding en dien, welke de graviditeit op de uitscheiding der chol. in de gal heeft. De eerste gaf, in overeenstemming met hunne vorige proeven, eene vermeerdering van de chol.-uitscheiding, de graviditeit eene duidelijke vermindering in de latere weken, met eene plotselinge stijging één dag na de bevalling.

Von Czylarz, Füchs en Fürth *) onderzochten, gedurende

i) Biochem. Z. schr. 1913. 49.

D. 4

Sluiten