Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens aannamen, dat het chol.-gehalte in zekere mate een indicator was van het algemeene welbevinden, zoodat het achteruitgaan van den gezondheidstoestand met een daling van het chol.-gehalte zou gepaard gaan, blijkt het onjuiste van deze opvatting uit de gevallen van de secundaire schrompelnieren, waarop wij nader terugkomen.

Het geval no. 3 heeft betrekking op een amyloid schrompel-nier, waarbij dus veel parenchym gedegenereerd is en dat klinisch het beeld van een nephrose met schrompeling vertoont. Wij vonden daar een normale waarde aan serum-chol. Een zuiver geval van nephrose is ook dit echter niet. Het lage soortelijk gewicht van de urine, het erythrocyten bevattende sediment, het vergroote cor, de verhoogde bloeddruk en de azotaemie wijzen er op, dat een schromp^elings-proces aan den gang is. Een zuivere amyloid-nier is klinisch niet te onderscheiden van een nephrose; een amyloid-schrompelnier vertoont geheel hetzelfde beeld als een nephrotische schrompelnier. Dubbelbrekende stof werd met het polarisatie-microscoop slechts in nauwelijks aantoonbare hoeveelheid aangetroffen.

Omtrent de gevallen van zwangerschapsnier heerscht verschil van meening over de vraag in welke groep van nierziekten zij ondergebracht moeten worden. Volhard rekent ze tot de diffuse hypertonische nephritis, terwijl Treub e.a. ze tot de nephrosen rekenen, dus tot de vormen met overwegende parenchym-beschadigingen. Het komt mij voor, dat men met het oog op de klinische verschijnselen, eenerzijds op den verhoogden bloeddruk en het erythrocyten bevattende urine-sediment, anderzijds op de groote hoeveelheid eiwit en de oedemen, noch van een nephrose, noch van een nephritis mag spreken, doch van eene combinatie van die twee.

Sluiten