Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van secundaire en genuïne schrompelnier. Welke de aetiologie dezer schrompelnieren geweest is (diffuse glomerulo-nephritis, scarlatina, of iets anders) is voor de verschillende gevallen niet meer na te gaan.

Behalve het laatste zijn al deze gevallen tot sectie gekomen en kon dus de klinische diagnose aan de pathologischanatomische getoetst worden. Wat uit de klinische gegevens vermoed werd, nl. dat bij de meeste patiënten een min of meer sterke „nephrotischen Einschlag" aanwezig zou zijn, werd bij de sectie niet bevestigd door het vinden van een minder of meer sterk aanwezig zijn van parenchymateuse veranderingen.

Invloeden, waarvan het bekend is, dat zij een verandering van het chol.gehalte kunnen bewerken, zooals temperatuurs-verhooging enz., waren niet aanwezig. Alleen was in geval II eene duidelijke vervetting van het parenchym te vinden. Gaat men nu de chol.-waarden in de tabel na, dan ziet men, dat juist het chol.-gehalte in geval 11 het allerhoogste is: 3975 mgr. per L.. Of de vervetting het gevolg is van den hoogen chol.-spiegel in het bloed of dat zij aan de hooge waarde voorafgaat, laten wij nu in het midden. Wij waren, helaas, niet in de gelegenheid meer van die gevallen met vervetting te onderzoeken; dit is vooral daarom te betreuren, omdat deze gevallen in zeker opzicht te beschouwen zijn als tusschenvormen tusschen de zuivere nephrosen en de zuivere schrompelnieren. Dat hierbij dus een hoog chol.-gehalte gevonden zou worden, was te verwachten.

Minder gemakkelijk is het, om uit de waarden voor het chol.-gehalte der andere gevallen dezer groep eenige gevolgtrekking te maken. In de gevallen 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15,

Sluiten