Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door Stepp wordt aangegeven, dat de duur van de ziekte invloed zou hebben op het chol.-gehalte. „Hoe langzamer een geval verloopt en hoe duidelijker de schrompelingsprocessen zijn, hoe sterker retentie er is, des te minder vindt men een verhooging van het chol.-gehalte." Nu hebben wij al gezien, dat dit in elk geval niet uitkomt voor wat betreft de retentie, maar als wij onze tabel weer naslaan en den duur van de gevallen met de hoogte der daarbij behoorende chol.-waarden vergelijken, dan blijkt ook alweer, dat deze twee geen verband met elkander houden (zie hierover ook geval no. 27, waar bij, een roodvonk-nephritis, die eerst korten tijd aan den gang is, een laag chol.-gehalte gevonden werd).

In geval no. 8, acht jaar bestaande, vonden wij 1935 mgr. per L.

In geval no. 10, 17 jaren bestaande, 1790 mgr. per L.

In geval no. 11, twee jaar bestaande, 3975 mgr. per L.

In geval no. 12, vijf jaar bestaande, 2280 mgr. per L.

In geval no. 13, tien jaren bestaande, 3035 mgr. per L.

In geval no. 14, voor het eerst bij de opneming bemerkt, 1975 mgr. per L.

In geval no. 15, waarvan niet uit te maken was, hoe lang het bestond, 1200 mgr. per L.

Nu mag men op het aantal jaren, dat, volgens de mededeeling der patiënten, de ziekte zou bestaan, niet al te veel afgaan. Het is zeer goed mogelijk, dat de ziekte in werkelijkheid al veel langer heeft bestaan dan werd opgegeven. Ook omtrent de snelheid van het schrompelingsproces kan de opgegeven duur der ziekte niet veel leeren, daar het zeer wel mogelijk is, dat dit schrompelingsproces tegen

het einde der ziekte langzamer of sneller verloopt dan in D. r

Sluiten