Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vroeg stadium der ziekte. Wij voor ons gelooven dan ook niet, dat Stepp gelijk heeft.

Resumeerende komen wij tot het besluit, dat wel is waar in vele gevallen van die nieraandoeningen, bij welke het schrompelingsproces overweegt, eene verhooging van het chol.-gehalte te vinden is, doch dat dit lang niet steeds het geval is en dat omtrent de factoren, die hierop invloed uitoefenen, nog niets bekend is.

Nog op één punt moeten wij een oogenblik de aandacht vestigen en wel op het aanwezig zijn van de retinitis albuminurica, die in bijna al onze gevallen van schrompelnier voorkwam. Uit ons lijstje van zeven bepalingen is, in tegenstelling met de meening van Chauffard e.a., wel dit met zekerheid te zeggen, dat voor het tot stand komen van het exsudaat in de retina, dat, volgens Lauber en Adamuck, — later door Chauffard bevestigd, maar door anderen ontkend *)2) — uit chol.-ester bestaat3)4), de hyperchol.aemie geen vereischte is. In een zoo juist verschenen artikel komt Gaudissart5) tot dezelfde conclusie.

1) Mawas: Ct. r. de la Soc. de Biol. 1913. blz. 86.

2) Mawas: Ref. Ann. d'Occulistique 1916. blz. 49.

3) Ct. v. de la Soc. de Biol. 1912. II. blz. 283.

4) Arch. f. Ophtalm. 1909. 71. blz. 429.

5) Presse médicale 9 Novembre 1921.

Nader geraadpleegd de literatuur:

D. Arch. f. klin. Med. Bd. 103.

D. Arch. f. klin. Med. Bd. 127. Stepp.

D. Arch. f. klin. Med. Bd. 128. Port.

Berl. klin. W. 1913. 8 D. Klinkert.

Med. klin. 1914. 28 Pribram.

Med. klin. 1921. 1 Pribram.

D. Arch. f. klin. Med. 1920. 133 Qrosz.

Biochem. Z. schr. 1918. 88. 90. 92. Feigl.

Sluiten