Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als oud-leerling van de Leidsche Hoogere Burgerschool was het mij indertijd niet mogelijk, aan het einde mijner studie in de geneeskunde, te promoveeren. Thans heeft de wet Limbübg daarin voorzien, en maak ik van de geboden gelegenheid gebruik, om te trachten den doctorstitel te verwerven.

Oraai ne breng ik ook nu nog, na vele jaren praktijk te hebben uitgeoefend, een woord van oprechten dank aan U, Oud-Hoogleer ar en en Hoogleeraren der geneeskundige enphilosophische faculteiten, voor het van TJ genoten onderwijs.

Enkelen, helaas, kan dit woord niet meer bereiken!

U, Hooggeleerden de Jong, ben ik veel verschuldigd. Bij mijn terugkeer uit Indië hebt gij mij welwillend in uw gastvi ij laboratorium opgenomen, en mij bij mijne studies mei raad en daad ter zijde gestaan.

Ik meende U geen beter bewijs van erkentelijkheid ie kunnen geven, dan door te trachten onder Uw leiding een proefschrift te voltooien, en geef U de verzekering dat, al ligt ook mijn tegenwoordige werkkring gedeeltelijk buiten uwe sfeer, ik mij toch steeds aan uw persoon en aan uw werk ten nauwste verbonden gevoel.

Ten slotte wil ik niet nalaten het Bestuur, den Hoogleeraren, lectoren, en docenten der vereeniging: Instituut voor Tropische Geneeskunde „Rotterdam—Leiden" dank te zeggen voor de welwillendheid, mij steeds betoond.

Sluiten