Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden alle rechte draden gerekend, die zich als slangetjes voortbewogen; spirillen waren stijve spiralen, terwijl onder spirochaeta een slappe spiraal werd verstaan.

Dujardin vereenigde in 1841 de geslachten spirillum en spirochaeta; spirodiscus, een spiraal die uit schijven bestond, is nooit weder gevonden. Het vermoeden ligt voor de hand, dat een schijnbeeld, door diffractie ontstaan, den onderzoekers parten heeft gespeeld.

Cohn schiep in 1872 een systeem der bacteriën, dat op het al of niet aanwezig zijn eener zoögloea, onderscheidenlijk op draadvorming, gebaseerd was. Dit systeem bevatte vier stammen. Tot de derde stam, die der desmo- of draadbacteriën behoorde als tweede geslacht, het genus „ Vibrio", „golfachtig gebogen draden". Zoowel spirillen als spirochaeten bracht hij, gescheiden, tot een anderen stam, die der spirobacteriën.

Zopf (188B—1885) voerde voor wat wij bacteriën noemen, den naam schizomyceten in, en onderscheidde vier families. Hij bracht de vibrionen tot de tweede familie, die der bacteriaceae, en onderscheidde twee geslachten: Vibrio, een schroef met een spoor, en Spirillum, een schroef zonder spoor.

Van Tieghem (1883) en du Baby (1884) ontwierpen een systeem met vier families. Tot de familie der spirobacteriaceae behoorden de geslachten: spirochaete, zonder endosporen; spirillum, met endosporen; en vibrio, met vormverandering bij de sporenvorming.

FlüGGE schiep in 1883 de familie der spirillaceae, uit schroeven en komma's bestaande, welke familie door Migula werd overgenomen. De laatste onderscheidde vier geslachten n.1. spirosoma, onbewegelijk, stijf; microspira, één tot drie zweepdraden, lichaam stijf; spirillum, vijf tot twintig zweepdraden, stijf; en spirochaeta, bewegelijk, buigzaam.

Sluiten