Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met spirochaeten, zóó verschillend is van het beeld eener vibrioneninfectie, dat het mij bezwaarlijk toeschijnt verwantschap aan te nemen.

Mühlens (13) geeft als kermerken van de protozöennatuur der spirochaeten op:

1. Het ontbreken eener stijve membraam, waardoor het lichaam slap is.

2. De vermeerdering door lengtedeeling, of door dwarsdeeling waarbij een tusschendraad gevormd wordt, hetgeen bij de bacteriën nimmer wordt waargenomen.

3. Oplossing door taurocholzure natron, beschadiging door saponine.

4. Immuniteitsverhoudingen zooals die bij trypanosomen voorkomen, b.v. de periodieke optredende recidieven.

Alles te [zamen genomen schijnt het mij het veiligst toe, voor de spirochaeten het voorbeeld van Kolle en Hetsch (14), Wassebmann (15), de Jong (16) e. a. te volgen, en ze als een schakel tusschen bacteriën en protozoën op te vatten. Of dit echter voor alle spirochaeten opgaat is de vraag. Ik heb hier in het bijzonder de vormen op het oog, die met de fusiforme bacillen de bekende combinatie leveren, en zich in vele opzichten als bacteriën gedragen.

In dit geschrift zal dus alles wat tot de spirochaeten behoort, buiten beschouwing gelaten worden. Slechts wat elders als vibrio of spirillum is beschreven, en valt onder de hierboven aangehaalde omschrijving van Lehmann en Neumann, wordt besproken. Hiermede wordt ook de vibrion septique van Pasteub uitgeschakeld.

Sluiten