Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten einde vergelijking met vibrio-Metchnikovi mogelijk te maken, entte ik een kippenei, gelijk ook Gamaleia deed, toen hij zijn vibrio beschreef. Het ei was den vorigen dag gelegd, werd goed met water en zeep geborsteld, en vervolgens in sublimaatoplossing afgespoeld. Daarna schroeide ik de punt met een gloeiend mes, en prikte met een uitgegloeide naald, door de geschroeide plek een gaatje in het ei. Hierdoor werd met een uitgegloeide platinanaald een weinigje van een cultuur in het ei gebracht, en daarna de opening met een druppeltje zegellak gesloten. Toen het ei geopend werd, na tien dagen bij 37° C. te zijn bebroed, was het wit geheel vervloeid tot een vuilgele vloeistof, die een zwavelwaterstoflucht verspreidde. De dooier was niet van vorm veranderd, doch gestold, en pikzwart geworden. Enting, uit het vervloeide wit, gaf een cultuur van sterk bewegelijke vibrionen.

HOOFDSTUK V.

Virulentie.

Voor caviae blijkt de vibrio matig virulent te zijn. Volwassen dieren verdragen, zonder verschijnselen, vrij groote hoeveelheden intraperitoneaal. Subcutaan geven dezelfde hoeveelheden een pijnlijke, ontstekingachtige zwelling op de plaats der inspuiting, gevolgd door vochtig versterf van de huid ter plaatse. Dit alles geldt zoowel voor cultuur 1740, welke uit den leveretter is gekweekt, als voor cultuur 216, welke uit de faeces van den lijder werd verkregen (zie cavia 32 en 57).

Jongere dieren zijn gevoeliger. Door inspuiting van0,2c.c. eener suspensie subcutaan, gelukt het soms een cavia van 250 gram te dooden (cavia 57). Het dier sterft dan, onder

Sluiten