Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnsel daling der lichaamstemperatuur. De proefdieren bleven in leven. Plaatselijk wekte het filtraat geen reactie op.

Bij caviae, intraperitoneaal ingespoten, veroorzaakte het filtraat ook daling der lichaamstemperatuur, doch tevens waren de dieren (103, 104) eenige dagen lusteloos, en hadden weinig eetlust.

Het filtraat eener twintig dagen oude cultuur scheen dus wel wat giftiger, dan dat der jonge culturen.

Vorming van edo-toxinen kon dus op deze wijze niet worden aangetoond.

Ten einde den invloed der bacterie-lichamen na te gaan, werden volgende proeven genomen.

Duif 179 werd ingespoten met 1 c.c. vibrionensuspensie. Deze suspensie was bereid door een achttien-uur-oude agarcultuur af te schudden met zoutoplossing. Daarna werden de bacteriën door verwarming gedurende een uur bij 54° C. gedood, en vier maal met zoutoplossing gewasschen.

Behalve een lichte zwelling op de entplaats, had de inspuiting geen gevolgen. Vijf dagen later werd nogmaals dezelfde hoeveelheid ingespoten, eveneens zonder gevolg.

Met dezelfde suspensie werd cavia 181 onderhuids ingespoten, zonder reactie te vertoonen. Ook duif 221, die achtereenvolgens | en 3 c.c. ongewasschen, gedoode vibrionen in suspensie intramusculair ontving, vertoonde geen noemenswaardige zwelling.

Uit deze proeven blijkt dat het, zelfs met groote hoeveelheden gedoode vibrionen, niet gelukte verschijnselen op te wekken. Hierdoor wordt het waarschijnlijk dat de lichaamsstof der bacteriën, als zoodanig, de verschijnselen der ziekte niet veroorzaakt.

Veeleer ligt voor de hand aan te nemen, dat in het lichaam de bacteriën actieve of passieve veranderingen onder-

Sluiten