Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kleine ronde holte, gevuld met vervloeide gelatine liggen.

De sterk vervloeiende kolonies geven microcopisch een hoopje van tamelijk grove, sterk lichtbrekende brokjes te zien, die in een dunne laag helgeel, in dikke lagen geelbruin gekleurd zijn.

„Eigenthümlich ist dem Vibrio Metch. eine entschiedene Neigung zum Spirillenbildung. Man findet dabei eine zierliche Mannigfaltigkeit der Formen, kurze und lange, dicke und dünne, regelmassig spiralig gewundene und unregelmassig geknickte und gestreckte Spirillen".

Ik wees er reeds op dat spirillen bij onze vibrio slechts uiterst zelden gevonden zijn.

Deze kolonies zijn door een cirkelronden rand van fijne, uitstralende draden omgeven.

Als de kolonie ouder wordt, breidt zich de stralenkrans steeds meer concentrisch uit, terwijl in het centrum de brokjes door heldere, vervloeide gelatine steeds meer uit elkaar worden gedrongen. Ten slotte ziet de kolonie er uit als een tamelijk groote, door een stralenkrans omgeven vervloeide zóne, waarbinnen fijne brokjes en korreltjes in heldere vloeistof zijn gesuspendeerd.

Andere kolonies zijn in den beginne helgeel en hebben een licht gekartelden rand, die er uitziet alsof er platte wratjes' op liggen. De gelatine wordt hier niet zoo snel vervloeid.

Weer andere kolonies zien er als bruingele fijngekorrelde hoopjes uit. Van de oppervlakte dringen dunne lussen in de overigen heldere vervloeiingszöne. Deze kolonies bestaan haast uitsluitend uit spirillen.

Ten slotte vindt men af en toe kolonies die eerst veel later de gelatine vervloeien, na vier of vijf dagen.

Vergelijkt men deze beschrijving met die, welke ik van

Sluiten