Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hart, de lever, en den darm wordt geënt op agar en in bouillon. Reinculturen van vibrionen uit oedeem, hart en lever. Uit den darm vele soorten bacteriën waaronder ook vibrionen.

Cavia 58. 19 Febr. Gew. 250 gr. Ontvangt dadelijk na Cavia 57 dezelfde dosis intraperitoneaal. Na 18 uur geen verschijnselen, 21 Febr.: eet goed, buik wat gespannen, doch niet pijnlijk bij druk. Gezond gebleven.

Cavia 64. 23 Febr. Gew. 250 gr. Onderhuids Vs c.c. als boven. Reeds na 3 uur beginnend oedeem en pijnlijkheid bij druk. Temp. vóór de inj. 11 uur v.m. 37.2, 2 n.m. 37.6, 5 uur 38, 8 uur 36.5. Den volgenden dag is het diertje zeer ziek, eet niet, temperatuur 37.5. Er vormt zich een groot infiltraat; den 26en Febr. beginnende demarcatie. 4 Maart wordt een necrotisch huidstuk ter grootte van een gulden afgestooten. 14 Maart genezen.

Tegelijkertijd was bij cavia 32 dezelfde hoeveelheid onder de buikhuid gespoten. Het dier bleek immuun te zijn. Er ontstond een lichte zwelling gedurende eenige uren, zonder pijnlijkheid. De temperaturen waren, op dezelfde tijden als bij cavia 64 opgenomen: 37.2, 37.3, 37.1 en 37.4.

Cavia 87. 9 Maart. Gew. 250 gr. 2 c.c. gekookte cultuur uit kolf 5 intrap. De bouilloncultuur was 4 dagen oud, V2 uur gekookt. De temperatuur van het dier daalt binnen twee uur van 38 op 36.1° C. Het dier is zeer ziek. Drie uur later is de temp. 37.3. Hersteld.

Cavia 88. 9 Maart. Gew. 250 gr. 3 c.c. als boven. De temp. die om 11 uur 20 min. 3S bedroeg, is om 12 uur 38.5 en om 2 uur 37.5. Ook dit dier herstelt, na een dag ziek te zijn geweest.

Cavia 89. 9 Maart. Gew. 250 gr. 4 c.c. als boven. De temp. daalt binnen het uur van 37.6 op 36.5; 10 Maart dood gevonden.

Sluiten