Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verloop van het genezingsproces werd nu nagegaan door alle 4 dagen op deze wijze het oppervlak te bepalen:

i°. van het nog niet met epitheel bedekte deel van de wond (a);

2°. van het geheele gebied, dat ligt binnen de grens tusschen normale huid en litteekenweefsel (b).

Het verschil tusschen b en a is het oppervlak van het reeds gevormde litteeken.

Zet men nu de telkens gevonden waarden van a en b af op den ordinaat, den tijd op den abscis van een coördinatenstelsel, dan krijgt men lijnen, die een beeld geven van het verloop der genezing. '

Bij de waardeering van wat uit deze lijnen geleerd kan worden, vestigden de auteurs hun aandacht vooral op drie punten:

i°. de betrekking tusschen de grootte van de wond en de genezingssnelheid.

2°. de onderlinge waarde, die wondcontractie en epitheelbedekking voor de genezing hebben.

3°. den algemeenen vorm van de lijnen.

Beschouwen wij eerst punt i, namelijk de betrekking tusschen de grootte van de wond en de genezingssnelheid.

Wanneer S het oppervlak van een wond is, en S' het oppervlak, dat na t dagen nog niet genezen is, dan is:

S S'

——-— = R het oppervlak, dat de wond in die periode van t

dagen gemiddeld per 24 uur verloren heeft. Hierbij wordt dus geheel in het midden gelaten, of deze verkleining van de wond (S—S ) te danken is aan nieuwvorming van epitheel of aan contractie van jong weefsel of aan iets anders.

S

geeft de verhouding weer tusschen het oppervlak van een

wond en de verkleining in 24 uur.

De eerste grafische voorstelling, die afgebeeld wordt, is die van een wond van 18,2 c.M2., die na 30 dagen gesloten is. Na 4 dagen was deze 16,2 c.M2. geworden. Dus:

_ S—S' 18.2—16.2 R = — —— = 0.5.

s _ !M _

R — 0.5 ~ ö"

Betrekking tusschen de grootte van de wond en de genezingssnelheid.

Sluiten