Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstaan, alle vijf waren zij 8—10 dagen na de eerste meting dicht.

Hieruit blijkt dus ten duidelijkste, dat de grootte der wond en niet haar leeftijd beslist over het tempo van de genezing.

Het tweede staatje geeft vier wondjes van 1,1 c.M.2, 7—11 dagen oud en experimenteel gemaakt bij cavias. Zij waren dicht in 4—8 dagen.

Carrel besluit hieruit, dat even groote, maar niet even oude wonden een variabelen, maar van den leeftijd der wond onafhanlcelijken genezingsduur hebben.*)

Ten slotte werden nog ongelijk groote, maar op hetzelfde oogenblik ontstane wonden bij eenzelfde invididu tijdens de genezing gemeten en in teekening gebracht, waarbij zich het op het eerste gezicht uiterst merkwaardige verschijnsel voordeed, dat wonden van zeer verschillende grootte, bijv. 4,7 c.M2. en 1,7 c.M2. onder gelijke behandeling op denzelfden dag gesloten waren; de grootere had een veel sterker oppervlakteverlies per dag en haalde daardoor de kleinere steeds meer in.

Een aardig bedacht experiment wees nog in dezelfde richting: bij caviae werden trapeziumvormige huidwonden gemaakt. Tijdens hunne genezing hadden deze een neiging, om rechthoekig te worden, omdat de afname van het wondoppervlak aan den langen kant sneller ging, dan aan den korten.

Soms werden zij rond of ovaal. 2)

De resultaten van bovengenoemde onderzoekingen samenvattend, komen Carrel en Alice Hartmann tot de volgende conclusies:

1. De snelheid van wondgenezing is grooter in het begin, dan aan het einde. Zij hangt meer af van het oppervlak van de wond dan van haar leeftijd.

Er is een constante betrekking tusschen wondgrootte en genezingssnelheid, hoe grooter wond, hoe grooter snelheid.

Twee wonden van verschillende grootte hebben een neiging om gelijk te worden.

*) Deze opvatting kan ik niet deelen, hetgeen later uiteengezet zal worden.

2) Dit verschijnsel kan ook op andere wijze uitgelegd worden. Zie later.

2

Sluiten