Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een paar uur, maar indien aan water wat calciumchloride werd toegevoegd dan kon het leven worden verlengd. Behalve het calciumzout bezitten ook kalium- en natriumzouten deze eigenschap maar volgens Ringer hebben calciumzouten die wel in de sterkste mate.

Water zou, naar de meening van S. Ringer niet zonder meerde normale functie van het protoplasma helpen onderhouden, het zou alleen aanwezig, verwoesting bewerkstelligen. Deze verwoesting zou worden tegengegaan door toevoeging van een kleine hoeveelheid kaliumchloride en calciumchloride. Bovendien wordt door het gedestilleerde water de samenhang der cellen verbroken; Ringer ') beschrijft dit alles als een zwelling van de stof, die de cellen verbindt. Met Buxton werden de proeven omtrent het gedrag van gedestilleerd water voortgezet. Hij gebruikte daarvoor de alge laminaria, waarbij hij zag, dat de buitenste laag cellen in gedestilleerd water sterk zwollen, welke zwelling ook weer werd tegengegaan door toevoeging van calciumzouten.

Onder invloed van eene posthume mededeeling van C. NaGELi2) is het aan ringer3) en Locke4) gebleken, dat hunne conclusies! dat gedestilleerd water schadelijk zou zijn voor zee- en zoetwatervisschen, foutief waren. NaGELi had namelijk gevonden, dat gedestilleerd water, waarmee het hem gelukte om de alge Spyrogyra te dooden, verontreinigd was met koperzouten. Een nader onderzoek leerde hem, dat de koperzouten reeds dan in het gedestilleerde

water giftig werkten, indien 700q 00q deelen koper in de vloeistof

aanwezig waren. Deze uitkomsten waren voor S. Locke4) en Ringer3) aanleiding om Ringer's proeven met gedestilleerd water te herhalen, waarna beiden tot de slotsom kwamen, dat werkelijk zuiver gedestilleerd water onschadelijk was.

Opzettelijk is in dit overzicht van het werk van S. Ringer gesproken van antagonisme der zouten, teneinde zijn nomenclatuur zoo veel mogelijk te volgen. Zooals uit het overzicht blijkt heeft Ringer het verschijnsel zeer uitvoerig en aan verschillende proefieren onderzocht, zoodat mag worden aangenomen, dat door hem de basis voor de studie hiervan is gelegd. Dat hij met verklaringen steeds zeer spaarzaam is geweest behoeft ons niet te verwonderen,

') S. Ringer. Journ. of Physiol. Vol. 7 p. 118, 1885.

3\ c' Denkschr. <jer Schweiz. Naturf. Gesellsch. Bd. 33 1893.

) S. Ringer. Journ. of Physiol. Vol. 22. 1897/1898.

4) S. Locke. Journ. of Physiol. Vol. 18 p. 319, 1895.

Sluiten