Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor het rubidiumchloride werden de onderstaande waarden gevonden:

Ca Cl2

TABEL 6. Balanceering

w^0„0»i Hoeveel- Minimum I Minimum Maximum Maximum

Hoeveel- hejd hoeveelheid hoeveelheid hoeveelheid hoeveelheid

heid CaCl2 Ca++ in Rb Cl in Rb + Rb Cl in Rb+

P- L. grammol. mgr. p. L. in grammol. mgr. p. L. in grammol.

100 mgr. 0.0009 m. 20 mgr. 0.00016 m. 395 mgr. 0.00325 m.

200 „ 0.0018 „ 60 „ 0.00052 „ 635 „ 0.00520 „

300 „ 0.0027 „ 135 „ 0.00113 „ 870 „ 0.00715 „

400 „ 0.0036 „ 275 „ 0.00227 „

11

§ 5. Het onderzoek der radiumemanatie.

Behalve met de hier reeds genoemde zouten is ook getracht om met radiumemanatie, dat zooals bekend is het kalium in de Ringer sche vloeistof kan vervangen '), eene balanceering tegenover het calciumchloride vast te stellen. Dit onderzoek was van groot belang, omdat we in de radiumemanatie een kaliumvervanger bezitten, die in de vloeistof noch in ionenvorm noch in colloidale oplossing, maar als opgelost gas voorkomt. Het onderzoek werd hier ook op dezelfde wijze verricht als dat vroeger voor de andere zouten was gedaan, alleen moest hier bijzondere aandacht worden besteed aan het overgieten van de emanatiehoudende vloeistof uit het emanatorium in de flesch van het toestel. Was dit met de meeste zorg geschied,, dan kon worden nagegaan, dat de radiumemanatie in de Ringer sche vloeistof niet door het calciumchloride werd gebalanceerd. Vermeerdering van het emanatiegehalte gaf wel op een bepaald punt een stilstand, maar deze stilstand kon dan niet worden opgeheven door vermeerdering van het calciumgehalte.

Voor het quantitatieve onderzoek hebben we eenvoudigheidshalve voor verschillende werkzame doses radiumemanatie de minimum- en maximumhoeveelheid calciumchloride bepaald, die toelaatbaar waren. Deze gegevens zijn hieronder vermeld.

'). H. Zwaardemaker en T. P. Feenstra. Compt. rend. Soc. de Biol. T. 84,. pg. 377, 1921.

Sluiten