Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Een theorie der balanceering.

Inleiding.

Beschouwt men de structuur van de cel uit een kolloidchemisch oogpunt dan moet men zich het levende celprotoplasma in het algemeen denken ais een sole, aangezien door verschillende onderzoekers als Gaidukov '), Mott2) e. a. is aangetoond, dat in het protoplasma van verschillende cellen de Brown'sche moleculairbeweging is waar te nemen. De cel, opgenomen in het weefsel verband, wordt nu omspoeld door de weefselvloeistof, zoodat het niet behoeft te verwonderen dat juist het grensvlak protoplasma — weefselvloeistof voor het onderzoek naar de levensverschijnselen van de cel, van de allergrootste beteekenis is. Hoewel in de oppervlakte van de cel, althans in verreweg de meeste met behulp van het microscoop geen bijzonderheden zijn waar te nemen, is toch gebleken, dat er zich zeer ingewikkelde verschijnselen afspelen, ja, dat zelfs bepaalde verschijnselen zich, volgens het huidige inzicht, niet anders, dan aan de oppervlakte van het protoplasma kunnen voltrekken.

Gaat [men dit grensvlak protoplasma — weefselvloeistof aan een nader onderzoek onderwerpen, dan komt men tot de conclusie, dat volgens het principe van Gibbs-Thomson, alle oppervlakte spanning verlagende stoffen, die in een der beide phasen voorkomen zich in de grenslaag zullen ophoopen. Theoretisch kan men zich op deze wijze de grenslaag tusschen protoplasma en weefselvlóeistof opgebouwd denken uit bepaalde bestanddeelen van de beide aan elkaar stootende phasen, waarbij men er echter op bedacht moet zijn, bij het bepalen van de oppervlakte-spanning verlagende eigenschappen voor bepaalde stoffen, ook in het experiment twee phasen te kiezen,

') Gaidukov. Dunkelfeldbeleuchtung und Ultramikroskopie in der Biologie und Medizin. Jena. G. Fischer pag. 62. 1910.

2) Mott. British Medical Journal, p. 780 — 783. 28 Sept. 1912.

Sluiten