Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de beide phasen protoplasma — weefselvloeistof nabijkomen. Doch in dezen eisch ligt tevens al opgesloten, dat aan het experimenteel onderzoek hier groote moeilijkheden in den weg worden gelegd, want niet alleen heeft men te doen met zeer samengestelde phasen, maar bovendien moet men met Zwaardemaker1) aannemen, dat zich in het levende weefsel een som van kringprocessen voltrekken. Daardoor is tijdens het leven het protoplasma zoowel als de weefselvloeistof, voortdurend aan verandering onderhevig.

Ook de grenslaag aan de oppervlakte der cel is aan onophoudelijke veranderingen onderworpen, en de door ons waargenomen verschijnselen die zich in die grenslaag afspelen, moeten dan ook worden opgevat als een gevolg van voortdurende toestand-veranderingen in dat grensvlak. Ook de in het grensvlak optredende merkwaardige electrische verschijnselen maken deel uit dezer oppervlaktewerkingen.

§ 1. De samenstelling der grenslaag protoplasma — weefselvloeistof.

Bij de meeste dierlijke cellen is van een membraan in den waren zin des woords geen sprake. In de eerste plaats is een dergelijk celbestanddeel, dat van de overige cel verwijderd zou kunnen worden, noch microscopisch (dubbele contour), noch uit de waargenomen verschijnselen aan te toonen, maar in de tweede plaats is het voor de verklaring der verschijnselen niet noodig en behoeft dus het bestaan ervan niet te worden verondersteld. Natuurlijk wordt daarmede gelijktijdig de pas afgesneden aan theorien, die de aan de oppervlakte der cel plaats hebbende processen langs zuiver mechanischen

weg willen verklaren.

Stelt men zich op het zooeven ingenomen standpunt en neemt men aan, dat zich op de oppervlakte der cel per se een grenslaag moet vormen, waarvan de samenstelling afhankelijk is van de samenstelling der beide aangrenzende phasen, dan verkrijgt de theoretische grondslag een zeer bepaald karakter. Door de groote voortdurende verandering, waaraan de phasen-complexen, die elkaar hier aanraken onderhevig zijn, in het bijzonder van die, aan het protoplasma eigen, ligt dan ook het vermoeden voor de hand, dat de verschillende eigenschappen, die aan het grensvlak worden toegekend, niet constant kunnen zijn. Daaruit volgt dan ook, dat,

') Zwaardemaker. Leerboek der Physiologie 3e dr. I, blz. i. 19AJ. (Ik zie af van de andere litteratuur van bespiegelend karakter, waarin de vloeibaarheid van het celprotoplasma wordt bepleit.)

Sluiten