Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over De bestaande dissociatie van de caseine-zoutoplossing zou naast caseineionen niet kunnen bestaan uit kationen van het gebonden metaal, aangezien Loevenhart') heeft aangetoond, dat leb niet inwerkt op calciumcaseinaat indien niet tevens hoeveelheid dissocieerbaar calcium aan de vloeistof wordt toegevoegd. Het aan het caseine gebonden calcium is dus niet in staat om als Ca ion in de vloeistof voor te komen. Wel kan men het calcium van het caseine vrijmaken door er een zuur aan toe te

V°Rohman en Hirschstein2) vonden echter, dat in zilvercaseinaatonlossingen geen zilverionen zijn aan te toonen. Hoewel door deze nog in geenen deele is aangetoond, dat de zouten m o„gedissocieerde!, toestand langs den gewonen chemisctien weg met het eiwitmolecuul zijn verbonden, en daardoor niet in ge dissocieerden toestand voorkomen, blijkt hieruit toch wel dat de wijze waarop de metalen met de eiwitmoleculen zijn verbonden, niet zoo eenvoudig is, als dit bij de anorganische zouten het geval is. De moeilijkheden, die zich bij onderzoekingen in deze nch ing voordoen is vooral gelegen in de niet altijd constante samenstelling der op deze manier verkregen z.g. eiwitzouten.

De proeven van Pfeiffer en Modelski 0 hebben bewezen dat de samenstelling der kristallen van glycocol met cal-chlo" e <: lithiumchloride niet van constante samenstelling zijn; volgens Bayliss ) zelfs niet indien verdund azijnzuur wordt toegevoegd.

Ondanks deze moeilijkheden zijn er echter aanwijzingen, chemische binding zou bestaan. osborne5) toonde aan, da wanneer calciumcaseinaat in een dialyseerbuis wordt gebracht, welke in een zeer verdunde kwikzilverchlorideoplossing is gedompeld, dit daa in de buis diffundeert en daar in ongedissocieerde toestand wordt

vastgehouden^ y«) ^ mogeljjkj dat de binding Van

zouten aan het eiwitmoiecule langs zui.e, ehemischen weg,„ stand kan komen, zoodat b.v. voor een neutraalzout de H van en COOH groep de anionen en kationen kan binden.

3 -nd

eTJetski. Zeitsch,. t. physiot. Chemie |d. 81. |. 329-354,

■>) Bayliss. General Physiology, 1918. p. 105

s) Osborne, Journal of Physiology, 34, 84, 19 .

6) Pauli en Handovsky, Bischem. Zeitschr. 24, 245, 1910.

Sluiten