Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand zou komen. Op die manier zou dan de werking der verschillende zouten in de reeks van Hofmeister ') verklaard moeten worden.

Men kan dus zeggen, dat het uitvlokken van een colloidale oplossing tot stand zal komen als de lading nadert tot nul, en dat dit bereikt kan worden zoowel door verandering der H+ ionenconcentratie als door toevoeging van andere electrolyten. Paine2) denkt zich daarbij het uitvlokken zoodanig, dat de ionen zich niet overal gelijkmatig in de vloeistof verdeelen, waardoor er potentiaalverschillen ontstaan die de deeltjes tot elkaar brengen. De colloidale deeltjes zullen zich meer en meer aan elkaar vasthechten, totdat de vlokken het isoelelectrische punt hebben bereikt. Deze gegevens stemmen overeen met de gegevens van Hofmeister '), die vond, dat het uitvlokken bij een zekere concentratie begint, maar bij een andere hoogere concentratie zijn maximum bereikt. Dit maximum is dan te beschouwen als het bereiken van het isoelelectrische punt. Voor de biologisch belangrijke hydrophyle colloiden kan in verband hiermede nog worden medegedeeld -dat in tegenstelling met uitvlokking der suspensoide colloiden de uitvlokkingen der emulsoiden reversibel is.

Keeren we nu terug tot de formule ven Nernst, wanneer de lading gelijk is aan nul m. a. w. indien het isoelelectrische punt is bereikt, dan zal: K = c.

Weten we de uitvlokkingsconcentratie van een electrolyt, dan volgt daar dus uit, dat de waarde gelijk is aan de waarde der gezochte electrolytische oplossingsspanning. Nu op deze manier de constante in de formule voor elk electrolyt is te bepalen, is het ook mogelijk om deze beschouwingen tot de celoppervlakte uit te breiden.

In de gegevens van Loeb omtrent Fundulus eieren blijkt, dat deze eieren zich kunnen ontwikkelen, indien KC1 en CaCl2 in bepaalde onderlinge verhouding aanwezig zijn. Noemen we de K-ionen concentratie van het KC1 c, en die der Ca-ionenconcentratie van het CaCl2 c2 en de respectieve electrolytische oplossingsspanningen C, en C2. De aan de eiwitstoffen in de grenslaag gebonden ionen zullen een potentiaalverschil vertoonen tegenover de ionen in het electrolyt, waardoor dus voor K-ionen geldt:

E, = ln — (3)

n, c,

«n voor de Ca-ionen:

E, = KïlnS- (4)

4 rt n

') Hofmeister. Schmiedeberg's Archiv. Bd 24, p. 1 en 247. 2) Paine. Proc. cambridge Phil. Soc. 16, 430, (1912).

Koll. chem. Beih. 4, 24, (1912).

Sluiten