Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen direct vergeleken worden met de werkelijk bestaande verhoudingen in het zeewater, doordat deze opgaven tusschen haakjes er achter zijn gevoegd. Deze opgaven zijn berekend naar de ionenconcentraties der vloeistoffen. Ten overvloede zijn hieronder de berekende en empirisch gevonden waarden in een tabel vereenigd.

TABEL 8.

verhouding~dër ionen- berekend empirisch gevonden

concentraties van:

Na 100 100

Cï i.i' U7

Na ioo 100

K 1-4 2

K 2.9

Cï ïï 145 _

Zooals hieruit blijkt zijn er weliswaar kleine verschillen waar te nemen, maar ten naaste bij stemmen de uitkomsten overeen. Dat er verschillen bestaan behoeft ons in het geheel niet te verwonderen, daar als uitganspunt voor de berekeningen gebruik is gemaakt van de gegevens door Hofmeister verzameld en waarbij van eiwitstotten gebruik is gemaakt. Indien de uitvlokking niet als indicator ter bepaling van het isoelelectrische punt wordt gebruikt, maar deze bepalingen langs electrischen weg geschieden, dan zal daardoor zeker de nauwkeurigheid worden verhoogd. Ten einde echter de nauwkeurigheid in deze richting te verhoogen moeten verschillende moeilijkheden overwonnen worden, een reden waarom bij deze berekeningen voorloopig van bestaande gegevens gebruik gemaakt is.

De hierboven uitgevoerde berekeningen voor het zeewater kunnen zonder verdere wijzigingen worden uitgebreid tot de vloeistof van Ringer. Het is toch een algemeen bekend feit, dat, hoewel de totale concentratie der RiNGERSche vloeistof geringer is dan die van het zeewater, de verhouding der bestanddeelen in beide vloeistoffen

gelijk is ')• , . ,

Duidelijkheidshalve is het toch gewenscht om ook de berekening voor de vloeistof van Ringer uit te voeren. Noemen we ook hier C,; C2 en C3 de oplossingsspanningen resp. van de K-, de Ca- en de' Na- ionen in de proteineverbindingen, en c„ c2 en c3 de con-

>) Bayliss. General Physiology, p. 209. 1915.

Sluiten