Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarentegen moet men in de balanceeringscurven het gedeelte, dat als balanceeringszone is aangeduid, beschouwen als het gebied, waarin de gecombineerde hoeveelheid der beide balanceerende zouten het hart juist zijne automatie hergeeft en doet behouden.

In het eerste geval dus vernietiging van functie, in het tweede herstel. Reeds daarom is het onmogelijk om beide curven aan eene vergelijking te onderwerpen, maar bovendien zijn de beide processen in wezen geheel en al verschillend.

Voor het geval dat de electrolyten in de vloeistof gebalanceerd zijn kan men aannemen, dat er een evenwicht aan de oppervlakte der cellen en tusschen protoplasma en omgevende vloeistof is gevormd.

Dit evenwicht is een electrisch evenwicht en wordt geinfluenceerd door elke aanbrenging van ionen van buiten af.

Voor organen zooals de eieren van Fundulus, waarvoor J. Loeb heeft vastgesteld, dat zij ook in gedestilleerd water kunnen ontwikkelen, zijn de zouten primair voor de ontwikkeling niet noodig. Maar indien toevalligerwijze de zouten aanwezig zijn, dan moeten zij in een gebalanceerde hoeveelheid erin voorkomen.

Voor andere organen, zooals het kikvorschenhart, wordt het algemeene verschijnsel der ionenbalanceering op den achtergrond gedrongen. In dit geval zijn de zouten beslist noodig voor een goede functioneering. Hunne tegenwoordigheid wordt niet alleen vereischt ter onderhouding van een goeden osmotischen druk, maar ook met het oog op hunne specifieke werking zijn zij onontbeerlijk. Natuurlijk is het ook in zulke vloeistoffen noodzakelijk, dat de zouten in gebalanceerde hoeveelheid voorkomen, omdat ook hier een evenwicht tusschen protoplasma en omgevende vloeistof vereischt is (algemeen biologisch vereischte). Voor het hart moet er echter bovendien voor worden zorg gedragen, dat de verschillende bestanddeelen hunne specifieke werking kunnen ontvouwen. De specifieke werking van het kalium berust in zijn radioactief karakter. Er komt daar dan bij, dat in bijzondere omstandigheden het radio-physiologisch antagonisme het spel der ionen nog gecompliceerder kan maken. Bij onderzoekingen van de ionenbalanceeringen is het daarom een dringende eisch, dat in de vloeistof slechts één radioactief bestanddeel aanwezig is.

Neemt men meer dan een radioactief bestanddeel dan loopt men kans, dat door het optreden van het radio-physiologisch antagonisme groote complicaties insluipen.

Ook het natrium en het calcium spelen een specifieke rol voor het kikvorschenhart. Had men hier alleen te doen met de alge-

Sluiten