Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat de proefpersoon voor beide oogen 10 min. licht geadapteerd had, werd voor 't rechter oog het min. perceptibile bepaald, terwijl 't linker met de hand is bedekt. Het waarschijnlijk benoodigde scherm was dan in den photoptometer geplaatst en i of 5 lampen brandden.

Het aanvankelijk gesloten diaphragma wordt met kleine rukjes steeds verder opengedraaid, tot licht wordt waargenomen. Daarna wordt de opening weer verkleind, tot de proefpersoon geen licht meer waarneemt en nu de stand van 't diaphragma met behulp van een periscoopje afgelezen en genoteerd, evenals 't gebruikte scherm en 't aantal brandende lampen. Zoo vonden we, als 't onderzoek vrij vlot verliep, 't min. perceptibile na 1 minuut donkerverblijf. Vijf min. na den aanvang van 't verblijf in 't donker werd dan opnieuw de drempelwaarde bepaald, verder na 10, 15, 20, 25, 30 en 40 min.

Het leek ons beter, bij het bepalen der lichtgevoeligheid den stand van 't diaphragma te noteeren bij 't verdwijnen van licht (Verschwindungsschwelle), dan dien op 't oogenblik, waarop voor 't eerst licht wordt waargenomen (Erscheinungsschwelle). Bij de eerste handelwijze zijn we nl. minder afhankelijk van de oplettendheid van de proefpersoon dan bij de laatste.

Er bestaat een zeer belangrijk verschil tusschen de drempels bij deze twee methoden verkregen, zoodat er op gelet dient te worden, van welke verschillende onderzoekers zich bediend hebben.

Hoe zijn nu de gevonden waarden omgerekend in de gebruikte eenheden?

Sluiten