Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pupil, die ook bij langer verblijf in het donker niet verwijdt, de oorzaak kan zijn van verminderde lichtgevoeligheid. In deze gevallen dient de pupil kunstmatig verwijd te worden. Igersheimer 1) vindt geen regelmatige betrekking tusschen adaptatie en pupilstoornis bij 24 personen, waarvan de meeste tabetici. Bij de meerderheid der oogen met reflectorische pupilstijfheid vindt hij normale adaptatie. Soms vindt hij een adaptatiestoornis op 't mydriatisch, andere malen op het miotisch oog, Meermalen kreeg I. den indruk dat de abnorme pupilreactie in verband stond met de adaptatie2). Toch gelooft I, dat de pupilwijdte als zoodanig geen invloed heeft en wel op grond van een experiment bij een patiënt met rechtszijdige oculomotoriusparalyse. Deze had na 60 min op 't R. oog een gevoeligheid overeenkomende met een schaal waarde van 75 (Piper's apparaat), tegen 110 op 't normale oog. Na vernauwing van 't R. oog en verwijding van het linker vindt hij resp. 65 en 114. I. schijnt hier een ongelukkig geval getroffen te hebben, met geringe lichtgevoeligheid van 't R. oog. We zien deze dan na pupilvernauwing nog wat verminderen.

Tijdens onze onderzoekingen verscheen een artikel van Ed. Grafe in de Münch med. Wochenschrift no. 22 (1920), waarin hij den geïsoleerden invloed van de pupilwijdte op 't min. perceptibile bespreekt. Hij vermijdt ongelijke voorafgaande lichtadaptatie, zooals die na atropine- en pilocarpine-indruppeling optreedt, door de pupil-

*) Syph. u. Auge 1918 en Zur Pathologie der Sehbahn III v. Gr. Arch. 98. 1919.

2) Dit onderzoek van Igersheimer wordt uitvoeriger besproken in 't Pathologisch Gedeelte (tabes). Zie aldaar.

Sluiten