Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dezelfde verhoudingen worden voor andere kleuren gevonden.

We merken dus op, dat er geen specifieke lichtadaptatie voor stralen van verschillende golflengte bestaat, want was dit geval, dan zou na 't kijken door geel glas de gevoeligheid voor geel licht zeker geringer moeten zijn dan na 't kijken door blauw glas.

Het blijkt dus, dat de bij i onderstelde mogelijkheid zich niet verwezenlijkt.

Voor de stralen van verschillende golflengte bestaat uiteenloopende adaptatiebreedte, die b. v. voor geel geringer is dan voor groen en blauw.

Waar nu de gele lens van oude lieden met haar sterke blauwabsorbtie de voordeelen der hooge blauwadaptatie belangrijk zal reduceeren, is een zekere mate van verminderde lichtgevoeligheid wel te verwachten, vooral in de latere tijdperken v. h. donkerverblijf.

Evenwel moeten we bedenken, dat iemand met een gele lens eenigermate te vergelijken is met iemand, die voor geel licht geadapteerd is.

Nu is de A. G. voor wit licht na adaptatie door een gekleurd glas grooter dan na adaptatie aan wit licht (steeds werd bij lichtadaptatie in 't zelfde lichtkastje gekeken). Na adaptatie aan groen en blauw (20 min.) is de gevoeligheid resp. 28.4 en 34.3 slechts weinig hooger dan na adaptatie aan wit, terwijl geelgroen een overgang vormt (62.14) voor de andere kleuren werd de AG. belangrijk hooger gevonden: rood <* 218, P 225, geel 345, violet 235.

Deze resultaten kunnen weder op tweeërlei wijze worden verklaard:

Sluiten