Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeten we hier in 't donker, dwz. de afwezigheid van eiken prikkel, de oorzaak der prikkeling zoeken? Immers, we mogen haar niet aannemen, als gevolg van zeer kleine lichthoeveelheden, want dan ontstond geen DA. in 't absolute donker. Of neemt Behr hier een autonoom centrum aan? In elk geval zou 't door licht geremd worden vlgs. Behr.

Charpentier, Pi per en Révész hebben gevonden, dat de gevoeligheid van 't eene oog onafhankelijk is van de verlichting van 't andere.

Charpentier1) liet eerst beide oogen 20 min. donker adapteeren, waarna de gevoeligheid voor beide oogen gelijk bleek, 't Eene oog werd nu lichtdicht ingepakt en met 't andere 2—5 min. naar den verlichten hemel gekeken. De gevoeligheid van 't eerste oog bleek gelijk gebleven te zijn.

Verder werden van twee experimenten bij t eerste beide oogen in 't donker en bij 't tweede 't eene in 't donker en 't andere in daglicht gehouden. Er bestond geen verschil tusschen het in donker gehouden oog van 't laatste experiment en elk der oogen van het eerste.

Ten slotte heeft Charpentier, terwijl 't R. oog aan een bepaalde verlichting adapteerde, tegelijkertijd t L. laten aanpassen aan verlichtingen, die in verschillende experimenten wisselden en ook aan het donker. Nu bleek dat 't min. perceptibile voor 't R. oog hooger is, als 't andere oog gesloten geweest is. 't Lijkt dus, alsof de prikkeling van de eene retina de perceptie der andere vergemakkelijkt.

Maar Cu. verklaart 't als volgt: Als 't L. oog dicht-

Arch. d'Ophthalmologie 7. 1887.

Sluiten