Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehouden wordt, is de R. pupil grooter dan wanneer 't open is en blootgesteld aan licht. Vandaar de verhoogde drempel. Doet men de proef dan ook over, na t R. oog van een stenopaeische opening te hebben voorzien, dan vindt men geen verschil.

Piper l) vond geen verschil in de curve van een oog, als 't andere tevens donkergeadapteerd was of lichtgeadapteerd. (De lichtadaptatie van t 2e oog geschiedde telkens tusschen de drempelbepalingen). Piper beschouwt daarom de DA als een zuiver retinaal proces.

RÉvÉsz 2) vond bij sterke DA geen invloed op de drempelwaarden van 't eene oog, als 't andere gedurende de drempelbepaling licht adapteerde. Ook had de constante belichtinö van een oog geen invloed op den gang der donkeradaptatie van 't andere.

Onze onderzoekingen, (bij OR en mij elk 2) waarbij wederom de „totaaladaptatie" is nagegaan, toonen een duidelijke, hoewel niet zeer sterke vermindering der DA. van een oog, als 't andere aan licht blootgesteld blijft.

Bij deze experimenten werd steeds de gevoeligheid van t R. oog nagegaan. Tusschen de bepalingen in werd in 't lichtkastje gekeken, waarbij 't R. oog lichtdicht bleef afgesloten. Van te voren was als steeds 10 min. licht-geadapteerd.

Fer vergelijking dienen de normale curven.

Het blijkt, dat de gevoeligheid aan een oog bij belichting van 't andere over 't geheele verloop der DA. achterblijft bij zijn gevoeligheid, als ook 't andere oog donkergeadapteerd is. In t laatste geval bedraagt de E. G. bij

) Zschr. f. Psych. u. Physiol. der Sinnesorg. 31. 1903. s) Zschr. f. Psych. u. Physiol. der Sinnesorg. 39. 1906.

Sluiten