Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E.G. 1977, beide dus zeer laag. De adaptatiebreedte bedraagt 8986.

Het donkergezichtsveld mist de 50 rondom het fixeerpunt. Het centraal scotoom is hier zeer uitgebreid, reikt naar boven tot bijna 20°, temp. ruim 30°, beneden bijna 30°, terwijl behalve de twee bovenste dei^le deelen van het nas. benedenquadrant ook het onderste derde deel van het nasaal bovenquadrant ontbreekt. De buitengrenzen liggen boven op 40°, temp. ruim 50°, beneden bijna 50° van F. Het donkergezichtsveld heeft een hoefijzervorm.

20. 2 Dec. Geen centraal scotoom meer. Wel heeft 't sectorvormig defect nog een breede verbinding met de naar boven nog wat vergroote blinde vlek, zoodat in 't temp. benedenquadrant 't gebied tusschen io° én 20° ongeveer ontbreekt. Vooral 't paracentrale gezichtsveld, aan deze verbinding grenzend, is zeer slecht. De A.V. is ]/6 f- De DA. wordt onder dezelfde verhouding onderzocht als boven; de A.G. is 2,25, de E.G. 8636, d.i. sterke toename der A.G. (± 10 X), minder sterke van de E.G. (± 5 X), de adaptatiebreedte daalt op 3838, d.i. ongeveer de helft van die op 17 November.

In 't donkergezichtsveld is de verbinding van het sectorvormig defect met de blinde vlek breeder dan in 't gewone gezichtsveld en wel zóó, dat de centrale 20° van het temporaal benedenquadrant ontbreken. De pericentrale deelen zijn echter in de bovenhelft van het gezichtsveld totaal aanwezig. De buitengrenzen zijn iets wijder geworden, boven ruim 40°, temp. ruim 50°, beneden ruim 55°.

3°. 9 Dec. De verbinding van den blinden sector met

Sluiten