Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgebreid, doch werden later nog ruimer, terwijl de aan t skotoom grenzende deelen ook geleden zullen hebben.

Bij N". 4 was weer een periphere beperking van 't donkergezv. te constateeren.

Bij N°. 5 is aanvankelijk (donkergezv.) van de centrale 20 slechts een zeer klein deel en ook van de centrale jO slechts een klein deel aanwezig. In overeenstemming hiermede zijn zoowel AG als EG. zeer laao-.

Bij 't 2e en 3e onderzoek is 't centrum aanwezig. doch 1 . ' van de pericentiale deelen ontbreekt een groot gedeelte

(2 Dec. geheel de centrale 20° in de onderhelft van t gezichtsveld, 9 Dec. is t ontbrekend deel wel kleiner geworden, doch een deel van 't gezichtsveld tusschen io° en 200 is duidelijk minderwaardig). Dit verklaart de verlaagde EG. Bij het laatste onderzoek is de samenhang van de blinde sector met de blinde vlek nog wat smaller en is geen minderwaardigheid meer aan te toonen. De buitengrenzen van 't donkergezv. zijn nog iets ruimer geworden (normaal). Hiermee is nu ook 't normale verloop der lichtgevoeligheid in overeenstemming.

B. Stuwingspapil.

1. P. van V., 65 jaar, melkslijter.

Bij dezen patiënt is van neurologische zijde de diagnose gesteld op brughoektumor rechts.

24 Aug.. 1 upillen gelijk, zwakke licht-, goede convergentiereactie.

bundus: bdzs stuwingspapil met bloedingen.

E—1,5

kefr. R.O. L g ^ AVnc. 1/2 ff- t Gezichtsveld is

Sluiten