Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezichtsveld. Zij deden zich voor in de acute stadia en konden, ook waar de neuritis ophthalmoskopisch een neuritische atrophie naliet, geheel verdwijnen.

Bij de stuwingspapillen werd zeer vaak een verlaagde eindgevoeligheid gevonden bij normale aanvangsgevoeligheid en bleek de adaptatiebreedte dus niet zelden verkleind. Ik meen, dat ook dit uit de eigenaardigheid van het gez.v. kan worden verklaard, in dien zin, dat de opticusvezels der centrale netvliespartijen over 't algemeen minder hebben geleden dan die van de netvliesperipherie. Deze verklaring sluit zich goed aan bij 't van ouds bekende feit, dat de gezichtsscherpte bij stuwingspapil niet spoedig gestoord is. Deze adaptatiestoornis zou dan niet hare verklaring vinden in een onvoldoende regeneratie der lichtgevoelige stoffen in t zintuigepitheel, maar in de ongelijkmatige laesie der opticusvezels. Ook wat de stuwingspapillen betreft, komen we dus tot een geheel van Behr afwijkende meening. Zijn bewering, dat bij stuwingspapil de eindgevoeligheid niet gestoord zou zijn, kunnen wij niet bevestigen. Daarmee vervalt tevens de mogelijkheid, de resultaten van t onderzoek der DA. te gebruiken als differentieeldiagnosticum tusschen stuwingspapil en neuritis.

Waar het verloop der lichtgevoeligheid zijn verklaring vindt in den toestand van het gezichtsveld, kunnen we aan de resultaten van dit onderzoek o-een enkel arou-

O O

ment ontleenen voor 't aannemen van centrifugale secre-

o

torische vezels, die de adaptatie door de gezichtspurpervorming zouden regelen.

Sluiten