Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een 2e onderzoek vond plaats op 15 Sept. '20. De AV. is ongeveer gelijk gebleven.

In het gezv. van 't R. oog is 't nog aanwezig deel vh. nas. bovenquadrant zeer slecht geworden.

L. O: nas. licht beperkt. Bovendien gaan er van de blinde vlek eenige bundeldefecten uit, waarvan één zeer duidelijk te vervolgen is naar't centrum, waar zeer kleine objecten niet worden gezien.

Onderzoek der DA. na indruppelingvaneen mydriaticum. Bij lichtadaptatie is de R. pupil 60—70 L. > 70, aan 't eind van 't onderzoek R. 70, L. > 70. Thans wordt de AG. R. 0,9, L. 1,2 gevonden, de EG. resp. 9472, L. 23490.

Rechts is dus de AG. verlaagd, de EG. ongeveer gelijk gebleven, de adaptatiebreedte gestegen tot 10524. Links zijn AG. en EG. gedaald, de adaptatiebreedte is gestegen tot 19575.

Het donkergezv. van 't R. oog is nog beperkter dan 't in 't licht opgenomen, van' de centrale io° is slechts een zeer smalle strook gespaard, van 't gebied tusschen io° en 20° in hoofdzaak 't gedeelte gelegen in 't nas. benedenquadrant

Het donkergezv. van 't L. oog is peripheer licht beperkt het reikt boven tot ruim 40°, temp. beneden en nas. tot ca. 55°

De lasfe AG. vinden hare verklaring; in de laesie

O O

van de centrale netvliesdeelen (vooral Rechts) Ook de gestoorde EG. rechts is in overeenstemming." met de

o o

gezv., evenals de aanvankelijk normale, later weinig verminderde EG. links.

Sluiten