Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LO : met 't gewone i cM. object is geen donkergezv. te vinden, doch met een 5 c.M. object wordt een, dus slecht percipieerende zone gevonden, ongeveer overeenkomende met het in 't licht opgenomen gez.v.

De E.G. van 't R.O. is laag (O.R. 30908). Hiervan zal waarschijnlijk niet-volledige DA. de oorzaak zijn, doordat telkens lichtadaptatie plaats vond als betrekkelijk sterke verlichtingen aan 't L.O. werden aangeboden Voor deze opvatting pleit ook 't verloop van 't laatste deel der curve, de sterke stijging der gevoeligheid tusschen 30 en 40 min., als 't oog 10 min. geheel in 't donker was gebleven.

Patiënt onttrok zich aan een nader geisoleerd adaptatieonderzoek van 't R.O. De zeer lage EG. van 't L.O. is zeer goed in overeenstemming met de slechte qualiteit van het donkergezv.

De AG. is hier ca Yio> de EG. ca. ^/ioo van die van OR., er is dus ook een verminderde adaptatiebreedte.

4. E., 36 jr. tabes dorsalis.

Papillen bdzs. maximaal wijd (80), reageeren niet op licht, noch op convergentie.

Fundus: bdzs. witte papillen, scherp begrensd, met nauwe vaten.

AV. R L ^

Gezv.: Bdzs. wordt 't fixeerpunt van den campimeter niet waargenomen. Bij flinke beweging van 't object blijkt R. de geheele bovenhelft van het gez.v. te ontbreken, de centrale io° geheel. In de onderhelft is 't gebied tusschen io° en 40° aanwezig, in 't temp. benedenquadrant nog wat meer. Geen kleuren. L. zijn

Sluiten