Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het donkeroezv. heeft denzelfden vorm als 't licht-

o

gezv. nas. buitengrens ruim 350.

7. Mej. de G. geb. H., 61 jaar. Tabes dorsalis. Pupillen bdzs stijf op licht en op convergentie. Fundus: bdzs

witte papillen.

Randen vd. N.opt.

niet mooi rond.

AV. bdzs 'k 0 0

Gezv. bdzssterk conc. beperkt. Buitengrenzen RO. boven 70, temp. io°, beneden 120, nas. 150. LO. resp.

r O r* — O T — O mO

5 > 25 » > 7 • Bdzs worden geen kleuren waargenomen.

De DA. is onderzocht na pupilverwijding (aan 't eind van 't onder¬

zoek pupilwijdte bdzs 70, tijdens de lichtadaptatie wat geringer).

RO. AG 0,26. EG. 5438. (OR. resp. 4,05 en 30908). LO. „ 0,27. EG. 5932.

De adaptatiebreedte is dus ongeveer 3 X zoo groot als bij OR.

t Donkergezv. is alleen R. onderzocht, 't reikt in

Sluiten