Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beneden 15°, nas. 350. Kleurgrenzen weinig minder uitgebreid.

Onderzoek der DA. na mydriatisatie: AG. 1.61. EG. 7529. Adaptatiebreedte 4676 (O R 7632).

2e onderzoek. Juli '20.

AV nc. V4 f-

Gezv.: buitengrenzen boven 250, temp. 20°, beneden 150, nas. 350. Kleurgrenzen relatief uitgebreid.

Onderzoek der DA. na pupilverwijding. Tijdens de lichtadaptatie is de R. pupil 65, L. 60, ten slotte bdzs. 65. AG. 0.75. EG. 4078. Adaptatiebreedte 5437.

Merkwaardig is in de curve de geringe stijging der gevoeligheid tusschen 5 en 10 min.

Deze geringe stijging is ook bij 't ie onderzoek gevonden, want 11a 10 min. werd een verlichting, nog iets grooter dan de ,,Verschwindungsschwelle" na 5 min. niet waargenomen.

Nu is ook 't donkergezv. opgenomen: buitengrenzen boven 120, temp. io°, beneden 70, nas. 20°.

3e onderzoek. Sept. '20.

AV nc. ]/c-

Gezv.: buitengrenzen: boven 180, temp. io°, beneden 12°. nas. 30°. Kleurgrenzen relatief uitgebreid.

Onderzoek der DA. na pupilverwijding. Aan 't eind van 't onderzoek zijn de pupillen bdzs. 65.

AG. 0.42. EG. 2250. Adaptatiebreedte 5357.

Geringe stijging der gevoeligheid tusschen 7 en 11 min.

Donkergezv.: buitengrenzen boven io°, temp. 40, beneden ca. 20. nas. ruim io°.

Sluiten